Zoek je een nieuwe woning, dan kom je op Funda al snel termen tegen als tussenwoning, maisonnette, geschakelde woning of bungalow. Handig om te weten wat die woorden precies betekenen, want het woningtype bepaalt veel: de prijs, het onderhoud, de indeling en of je later makkelijk kunt doorverkopen. In Nederland vallen bijna alle huizen onder drie hoofdgroepen: appartementen, eengezinswoningen en vrijstaande woningen. Daarnaast bestaan er levensloopbestendige en bijzondere woonvormen. Hieronder loop je ze allemaal langs, met de kenmerken en de verschillen op een rij.
Overzicht: alle woningtypes in één tabel

Appartementen en gestapelde woningen
Een appartement is een zelfstandige woning binnen een groter gebouw met meerdere wooneenheden. Je bent eigenaar van je eigen woonruimte, maar het trappenhuis, de lift, de gevel en het dak deel je met de andere bewoners. Dat gedeelde bezit is geregeld in de Vereniging van Eigenaren, en je koopt geen stuk grond maar een appartementsrecht. Binnen de categorie appartementen bestaan flinke verschillen.
Studio. Een studio is een compacte woning waarin woonkamer, slaapkamer en keuken in één ruimte samenvallen. Alleen de badkamer is apart. Populair bij starters en studenten door de lage instapprijs en het beperkte onderhoud.
Maisonnette. Een maisonnette is een appartement over twee of soms drie verdiepingen, met een eigen trap binnen de woning. Je hebt het ruimtegevoel van een huis, maar dan gestapeld. Vaak zit de woonkamer op de ene laag en liggen de slaapkamers op de andere.
Penthouse. Een penthouse is de bovenste woning van een appartementengebouw, meestal met een royaal terras en veel lichtinval. Door het uitzicht en de exclusiviteit ligt de prijs per vierkante meter hoger dan bij de rest van het gebouw.
Galerijflat en portiekflat. Bij een galerijflat bereik je de voordeur via een open galerij aan de buitenkant, meestal met een lift. Een portiekflat heeft geen lift: je deelt met een paar buren een portiek en loopt via het trappenhuis naar boven. Portiekflats tel je meestal drie tot vier lagen, galerijflats vaak veel hoger.
Boven- en benedenwoning. Een bovenwoning ligt op de eerste verdieping of hoger en heeft een eigen opgang op de begane grond. Een benedenwoning zit op de begane grond, vaak met een tuin, en heeft geen bovenburen op de eigen opgang. Je ziet dit type veel in vooroorlogse stadswijken.
Bel-etage. Een bel-etagewoning heeft de woonverdieping een halve etage boven straatniveau, met daaronder een souterrain. Kenmerkend voor herenhuizen en statige stadswoningen. De term hoor je vaker in België, maar ook in Amsterdam en Rotterdam kom je hem tegen.
Eengezinswoningen
Een eengezinswoning is een grondgebonden huis voor één huishouden, met een eigen voordeur op de begane grond en meestal een tuin. Je bent eigenaar van zowel het huis als de grond eronder. Binnen deze groep bepaalt vooral het aantal muren dat je met de buren deelt tot welk type je woning hoort.
Tussenwoning. Een tussenwoning staat in een rij en deelt aan beide kanten een muur met de buren. Het meest voorkomende woningtype in Nederland, en door die rijopbouw ook een van de betaalbaardere. Warmteverlies is beperkt, omdat je maar twee buitenmuren hebt.
Hoekwoning en eindwoning. Een hoekwoning staat aan het einde van een rij en deelt nog maar één muur met de buren. Je hebt daardoor een extra buitenmuur, vaak meer lichtinval en soms een grotere tuin. Nadeel: iets meer warmteverlies en doorgaans een hogere prijs dan een tussenwoning.
Twee-onder-een-kapwoning. Twee woningen onder één dak, die samen één gedeelde muur hebben. Elke woning heeft een eigen tuin aan drie zijden en het gevoel van een half vrijstaand huis, zonder de prijs van een echt vrijstaande woning.
Geschakelde woning. Bij een geschakelde woning zijn de huizen niet met de woonruimte zelf verbonden, maar via een tussenstuk zoals een garage, berging of bijkeuken. De woningen staan dus los van elkaar, maar zitten aan elkaar geschakeld. Zo heb je meer privacy dan bij een rijtjeshuis.
Halfvrijstaande woning. Een halfvrijstaande woning deelt aan één kant een muur, aan de andere kant staat hij vrij. In de praktijk lijkt dit sterk op een twee-onder-een-kapwoning, al gebruiken makelaars de term ook voor woningen die aan één zijde tegen een ander gebouw aan staan.
Doorzonwoning. Een doorzonwoning heeft een woonkamer die van de voor- naar de achtergevel doorloopt, met ramen aan beide kanten. Daardoor valt er de hele dag licht binnen. Een typisch product van de wederopbouw en de jaren zestig en zeventig, en nog altijd veel te vinden in naoorlogse wijken.
Drive-in woning. Bij een drive-in woning zit de garage op de begane grond en woon je op de verdiepingen erboven. Ontstaan in de jaren zeventig, toen de auto een vaste plek in het straatbeeld kreeg. Handig als je veel bergruimte of een werkplaats aan huis wilt.
Patiowoning. Een patiowoning is een gelijkvloerse woning die rond een besloten binnentuin of patio is gebouwd. Alle vertrekken liggen op de begane grond en kijken uit op het atrium. Geliefd bij mensen die gelijkvloers willen wonen met veel privacy en buitenruimte.
Split-levelwoning. In een split-levelwoning liggen de verdiepingen niet volledig boven elkaar, maar verspringen ze met een halve etage. Via korte trappen wandel je van niveau naar niveau. Dat geeft een open, ruimtelijk gevoel binnen een compact grondoppervlak.
Dijkwoning. Een dijkwoning is tegen of in een dijk gebouwd, vaak in het rivierengebied. Kenmerkend is de entree halverwege de gevel en de bijzondere hoogteverschillen binnen. Charmant, maar let bij aankoop op de fundering en de regels van het waterschap.
Vrijstaande woningen en buitenhuizen
Een vrijstaande woning staat helemaal los van andere gebouwen en deelt geen enkele muur met de buren. Je hebt rondom eigen grond, maximale privacy en veel vrijheid om te verbouwen. Daar staat een hogere prijs en meer onderhoud tegenover, omdat je vier buitenmuren en vaak een groter perceel hebt.
Herenhuis. Een herenhuis is een ruime, statige stadswoning van meestal drie of meer verdiepingen, vaak uit de negentiende of vroege twintigste eeuw. Hoge plafonds, brede gevels en originele details als glas-in-lood en ornamenten horen erbij.
Villa. Een villa is een grote, vrijstaande luxewoning op een royaal perceel, vaak in het groen of aan de rand van een dorp of stad. De term zegt meer over allure en formaat dan over een vaste bouwstijl.
Landhuis. Een landhuis is een ruime vrijstaande woning in het buitengebied, doorgaans met veel grond eromheen. Waar een villa vooral luxe uitstraalt, ademt een landhuis rust en ruimte, vaak met een landelijke of klassieke uitstraling.
Bungalow. Een bungalow is een gelijkvloerse vrijstaande woning waarin alle vertrekken op de begane grond liggen. Geen trappen, dus ideaal voor levensloopbestendig wonen. Een semibungalow is een tussenvorm: hoofdzakelijk gelijkvloers, met een of twee slaapkamers op een halve verdieping erboven.
Woonboerderij. Een woonboerderij is een voormalige boerderij die tot woonhuis is verbouwd. Je krijgt veel ruimte, karakter en vaak een grote schuur of stal erbij. Let op het onderhoud van oude fundering, dak en rieten kappen.
Grachtenpand. Een grachtenpand is een historisch, vaak smal en diep pand aan een gracht, met een monumentale gevel. Geliefd om de ligging en de sfeer, maar de monumentenstatus en de fundering op houten palen vragen extra aandacht bij aankoop.
Gelijkvloers en levensloopbestendig wonen
Steeds meer mensen zoeken bewust een woning zonder trappen, zodat ze er ook op latere leeftijd kunnen blijven wonen. Zulke woningen noem je gelijkvloers of levensloopbestendig.
Gelijkvloerse woning. In een gelijkvloerse woning liggen alle belangrijke ruimtes op één niveau: woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer op de begane grond of op dezelfde etage. Denk aan een bungalow, een benedenwoning of een appartement met lift. Handig als traplopen lastiger wordt, en gewild bij senioren en mensen met een beperking.
Seniorenwoning. Een seniorenwoning is speciaal ingericht op oudere bewoners: gelijkvloers, met brede deuren, een inloopdouche en soms voorzieningen in de buurt zoals zorg of winkels op loopafstand. Vaak liggen deze woningen in een complex dat op senioren is afgestemd. Wil je kleiner en comfortabeler wonen, lees dan ook onze tips over kleiner wonen op latere leeftijd.
Kangoeroewoning. Een kangoeroewoning bestaat uit twee zelfstandige wooneenheden onder één dak: een grote hoofdwoning met daaraan gekoppeld een kleinere woning. Bedacht voor mantelzorg, zodat bijvoorbeeld ouders en kinderen dicht bij elkaar wonen met behoud van eigen voordeur en privacy. De belangstelling groeit door de vergrijzing en de wens om langer thuis te wonen.
Bijzondere woonvormen
Naast de vaste categorieën bestaan er woningen die in geen enkel hokje passen.
Woonboot, woonark en woonschip. Deze drie liggen op het water, maar verschillen in bouw. Een woonschip is een omgebouwd, varend schip. Een woonark is een vast, niet-varend casco dat op het water drijft, vaak rechthoekig en met een huisachtige opbouw. Woonboot is de verzamelnaam voor beide. Belangrijk bij aankoop: de ligplaats en de vergunning horen er los bij en bepalen mede de waarde.
Woonwagen. Een woonwagen is een verplaatsbare woning op een aangewezen standplaats. Sinds een aantal jaren geldt er beleid dat gemeenten voldoende standplaatsen moet laten aanbieden, waardoor dit type weer nadrukkelijker in beeld is.
Tiny house. Een tiny house is een kleine, vaak duurzame en soms verplaatsbare woning van doorgaans minder dan vijftig vierkante meter. Populair bij wie bewust klein en zelfvoorzienend wil wonen, al is een geschikte plek met vergunning vaak de grootste uitdaging.
Woning met praktijk- of bedrijfsruimte. Sommige huizen hebben een aparte ruimte voor een praktijk aan huis, zoals een kapper, tandarts of adviesbureau. Let bij dit type op het bestemmingsplan: niet elke woning mag zomaar zakelijk gebruikt worden.
Appartement of eengezinswoning: wat is het verschil?
Een veelgestelde vraag: is een appartement eigenlijk een huis? Juridisch gezien is een appartement een woning, maar geen eengezinswoning. Het verschil zit in twee dingen. Bij een eengezinswoning ben je eigenaar van het huis én de grond, en je regelt onderhoud en verbouwingen zelf. Bij een appartement koop je een appartementsrecht en deel je gemeenschappelijke delen met de Vereniging van Eigenaren, die samen beslist over onderhoud en kosten.
De keuze hangt af van je situatie. Een appartement vraagt minder onderhoud en zit vaker centraal, wat het aantrekkelijk maakt voor starters, stellen en mensen die gelijkvloers willen wonen. Een eengezinswoning biedt meer ruimte, een eigen tuin en volledige zeggenschap, en past daardoor beter bij gezinnen. Twijfel je tussen kopen en de bijkomende stappen, bekijk dan het stappenplan voor het kopen van een huis.
Welk woningtype past bij jou?
Het juiste woningtype hangt af van je levensfase, je budget en je plannen voor de komende jaren. Ter oriëntatie:
Wil je weten wat jouw huidige woning waard is voordat je de volgende stap zet, vraag dan een gratis waardebepaling aan. En zoek je actief een ander type huis in de regio Amsterdam, Haarlem of Almere, bekijk dan het actuele aanbod van KIJCK. makelaars. Ons team staat klaar om je te begeleiden bij het vinden van een woning die perfect aansluit bij jouw wensen en levensstijl. Neem vandaag nog contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek en ontdek wat wij voor jou kunnen betekenen.
Veelgestelde vragen over soorten huizen
Welke soorten huizen zijn er in Nederland?
In Nederland zijn er drie hoofdsoorten huizen: appartementen, eengezinswoningen en vrijstaande woningen. Appartementen zijn gestapelde woningen zoals een studio, maisonnette of penthouse. Eengezinswoningen zijn grondgebonden huizen zoals een tussenwoning, hoekwoning of twee-onder-een-kapwoning. Daarnaast bestaan er gelijkvloerse woningen, zoals de bungalow, en bijzondere woonvormen zoals een woonboot of tiny house.
Is een appartement een woning?
Een appartement is een woning, maar geen eengezinswoning. Bij een appartement koop je een appartementsrecht en deel je gemeenschappelijke delen zoals het trappenhuis en het dak met de Vereniging van Eigenaren. Bij een eengezinswoning ben je eigenaar van zowel het huis als de grond eronder en beslis je zelf over onderhoud en verbouwingen.
Wat is het verschil tussen een eengezinswoning en een appartement?
Het verschil tussen een eengezinswoning en een appartement zit in eigendom en ruimte. Een eengezinswoning is een grondgebonden huis voor één huishouden, met eigen grond, een tuin en volledige zeggenschap. Een appartement is een gestapelde woning waarbij je gemeenschappelijke delen deelt met andere eigenaren en samen beslist over het onderhoud via de VvE.
Wat is een geschakelde woning?
Een geschakelde woning is een huis dat via een tussenstuk zoals een garage of berging aan de buren vastzit, en niet via de woonruimte zelf. De woningen staan daardoor los van elkaar en bieden meer privacy dan een rijtjeshuis. Je vindt dit type vaak in nieuwbouwwijken, waar rijen woningen met garages aan elkaar zijn geschakeld.
Wat is een gelijkvloerse woning?
Een gelijkvloerse woning is een huis waarin alle belangrijke ruimtes op één niveau liggen: woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer zonder trappen ertussen. Voorbeelden zijn een bungalow, een patiowoning, een benedenwoning of een appartement met lift. Dit woningtype is gewild bij senioren en mensen die levensloopbestendig willen wonen.
Wat is een kangoeroewoning?
Een kangoeroewoning bestaat uit twee zelfstandige wooneenheden onder één dak: een grote hoofdwoning met een kleinere woning eraan gekoppeld. Beide hebben een eigen voordeur en privacy. Dit type is bedacht voor mantelzorg, waarbij bijvoorbeeld ouders en kinderen dicht bij elkaar wonen. Door de vergrijzing groeit de vraag naar deze woonvorm.
Welk woningtype is het goedkoopst?
Een tussenwoning en een studio horen doorgaans bij de goedkoopste woningtypes, omdat ze compact zijn en muren delen met de buren. Vrijstaande woningen, villa's en herenhuizen zijn het duurst door de eigen grond, de ruimte en het onderhoud. De uiteindelijke prijs hangt sterk af van de locatie, de staat en de grootte van de woning.